Vandaag, zaterdag 30 januari 2010, viert de ChristenUnie zijn tienjarig bestaan. De partij is fris en vitaal en tegelijkertijd gefundeerd op een lange traditie. Hoogleraar geschiedenis George Harinck ziet daar tevens een probleem, want juist de beginselen van de partij zijn hopeloos verouderd.
De ChristenUnie kan terugzien op een opmerkelijk eerste decennium van haar bestaan. In het parlement aangetreden als nieuwe partij, maakt de CU inmiddels al drie jaar deel uit van de regering. Dat is een vliegende start, al zat een partij als de LPF nog sneller op het pluche. Maar die verdween ook weer snel.
Dat opgaan, blinken en verzinken ligt in het geval van de CU niet in de rede, omdat deze partij niet echt een nieuwe partij is. Ze is een fusie van de twee partijen GPV en RPF, die samen al driekwart eeuw bestonden en zes decennia deel uitmaakten van het parlement . En op hun beurt maakten die partijen deel uit van een traditie van christelijke politiek die teruggaat op Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper. In die zin was de CU geen jonge meid, maar een oude dame toen ze in 2007 tot het kabinet toetrad.
Het gaat mij nu juist om de leeftijd van de partij. In het parlement oogt zij fris en modern, maar wie de basisdocumenten van de CU leest, valt op dat het gedachtegoed van de partij negentiende-eeuws is. De partij gaat nog steeds uit van het toen geformuleerde ideaal van een christelijke overheid en een christelijke samenleving. Dat combineert de CU met een verdediging van de vrijheid voor iedere levensovertuiging.
Maar die twee gaan niet samen. Een plurale samenleving zoals onze democratie is niet een christelijke samenleving, ze kan dat hoogstens worden. Een mogelijkheid om het een met het ander te rijmen is dat de CU naar een christelijke samenleving streeft en tot zolang de democratische samenleving voor lief neemt. Maar deze mogelijkheid neemt een loopje met de basisverklaring van de CU dat God heerst over het politieke leven en dat Hij door de overheid en de samenleving gehoorzaamd en geëerd behoort te worden. Die christelijke overheid en christelijke samenleving zijn geen wens, maar vormen een eis.
Neemt de CU die eis serieus, dan impliceert dat een negatieve visie op de democratie als een vorm van bestuur die opstand tegen God duldt en zelfs legitimeert. Het wekt in dit licht geen verbazing dat in de elf basisbeginselen van het kernprogramma van de partij het begrip ‘democratisch’ slechts tweemaal valt. De opvatting dat de overheid Gods wil moet doen voert boventoon in dit programma. Ze ‘eert God en dient de samenleving door ruimte te garanderen voor de publieke verkondiging van het Evangelie’ en de Tien Geboden dienen haar leidraad te zijn. De bedoeling van de CU ligt zo ver af van de huidige toestand in Nederland, dat deze overheidsinstructies makkelijker geassocieerd worden met een religieuze overheid in landen als Iran dan met de seculiere overheid van Nederland.
Het lijkt er op dat de CU ter bereiking van haar doel van een christelijke overheid en een christelijke samenleving in haar basisdocumenten haar kaarten niet heeft gezet op de democratie, op debat dus en op het respecteren van andere meningen, maar op een sterke overheid die haar gezag gebruikt om het daarmee overeenstemmende gedrag van niet-christelijke burgers af te dwingen. Maar we kennen de CU toch helemaal niet als een theocratische partij?
Inderdaad, de CU aanvaardt in de politieke praktijk de democratie, bevordert er het actieve burgerschap, komt er op voor de vrijheid van alle godsdiensten en staat er voor een solidaire samenleving. Ik vermoed daarom dat er inzake de basisdocumenten sprake is van achterstallig onderhoud. De CU staat als een huis, maar als ze frisse gevel in stand wil houden moet ze rap de oude fundering reviseren.
George Harinck, voor protestant.nl
30 januari 2010
Dr. G. Harinck is hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en aan de Theologische Universiteit in Kampen (Broederweg). Tevens is hij directeur van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de VU.
Dit artikel is een verkorte versie van een bijdrage van George Harinck en Hugo Scherff in de bundel Joop Hippe en Gerrit Voerman (red.), Van de marge naar de macht. De Christenunie 2000-2010 (Uitgeverij Boom).
Reacties
Uit de ijskast komen
31 januari, 2010 - 15:23 — Ewout KleiDe ChristenUnie gaat inderdaad gebukt onder een enorme interne spanning. Het beginselprogramma van de ChristenUnie is nog ontzettend theocratisch en pogingen van enkele 'progressieve' partijleden als Stefan Paas en Ad de Bruijne om de ChristenUnie ideologisch te vernieuwen worden door de partijleiding tegengehouden. De partij blijft in theorie aan haar conservatieve idealen vasthouden. Anderzijds is de partij in de praktijk een stuk pragmatischer geworden en beseft men dat de kroonjuwelen (het terugdraaien van abortus, euthanasie en het homohuwelijk) in de ijskast moeten blijven liggen. De PvdA zou het bovendien niet accepteren als de ChristenUnie op deze punten wel probeerde te scoren. Met een beetje gevoel voor ironie zou je dus kunnen stellen dat de echte ChristenUnie tijdens dit kabinet niet uit de kast durft te komen.
Als de ChristenUnie voor een conservatieve koers zou kiezen dan kan het volgende gedenkboek 'Van de macht naar de marge' gaan heten. Als de partij daarentegen ondubbelzinnig voor een 'progressieve' koers zou kiezen dan zullen veel leden voor de partij bedanken. Omdat de partij graag aan de macht wil blijven vasthouden, zonder meteen een groot deel van haar leden te verliezen, zal de partij zich denk ik langzaam in 'progressievere' richting ontwikkelen, zonder dit te verantwoorden want het laatste geeft alleen maar gedoe. Het gaat nu goed, waarom dit nu verpesten door ingewikkelde interne discussies? De ChristenUnie gaat pas over dit soort dingen nadenken als ze weer in de oppositie zitten. Volgens jaar dus. ;)
Nieuwe reactie inzenden